Over een terugtrekkende overheid, burgerinitiatieven en opbouwwerk

Op maandag 14 mei 2018 vond de onderzoekslunch ‘Over een terugtrekkende overheid, burgerinitiatieven en opbouwwerk’ plaats op de Haagse Hogeschool waarin Maarten Haverkamp zijn onder besprak met het publiek (bestaande uit docenten, onderzoekers, opbouwwerkers, beleidsmedewerkers). De focus in de bespreking lag op het opbouwwerk. Reden hiervoor was dat zij een prominente rol hebben bij het ondersteunen van burgerinitiatieven. Onderdeel van de presentatie waren de ervaringen van Linda Klee, opbouwwerker en Hans Hoogvorst, deskundige op het gebied van de geschiedenis van opbouwwerk. Lector Vincent Smit was de gespreksleider.

Maarten Haverkamp gaf de volgende inleiding. Door een terugtrekkende overheid komt er plaats voor burgerinitiatieven: mensen nemen het initiatief om hun buurt leefbaarder te maken.  Vanuit de nationale politiek worden er steeds meer mogelijkheden geschapen voor deze initiatieven. ER treden echter twee problemen op. Allereerst, rijke wijken profiteren meer van de terugtrekkende overheid dan armere: zij benutten optimaal de ruimte die door de overheid wordt gecreëerd: zij hebben de kennis, skills en het netwerk.  Het tweede probleem is dat de overheid betoogt meer ruimte te creëren voor burgerinitiatieven maar door (heimelijke) samenwerking toch de touwtjes in handen te houdt. Dit wordt de stille ideologie genoemd.

De opbouwwerker, zo stelt Maarten Haverkamp, kan juist in armere wijken een belangrijke rol spelen bij burgerinitiatieven. Zij kunnen bewoners van kennis voorzien, ze gebruik laten maken van hun netwerk, het initiatief versterken etc. Precies datgene waarvoor een opbouwwerker is opgeleid.

Uit het onderzoek van Maarten Haverkamp (gesprekken met opbouwwerkers en door het opbouwwerk aangeleverde casuïstiek) blijkt dat de werkelijke invulling van de rol van de opbouwwerker afwijkt van wat je op grond van hun opleiding zou verwachten. In plaats van bewonersinitiatieven te ondersteunen nemen ze de regie over en sturen het initiatief richting een door de lokale overheid bepaalde richting. Waar komt dat door?

Lida Klee geeft hier antwoord op. Ze legt de plaats van hun organisatie uit. Het opbouwwerk wordt bekostigd door de gemeente. De gemeente geeft aan welke werkzaamheden er het komende jaar moeten worden verricht. De welzijnsorganisatie kan hierop offreren, de gemeente bepaalt dan de prestatie-indicatoren. Er is dus sprake van: “Wie betaalt, bepaalt”. Een initiatief is pas geslaagd als het door de gemeente vastgestelde doel is behaald en dus niet of een burgerinitiatief is geslaagd.   Hans Hoogvorst licht kort de geschiedenis toe van het opbouwwerk.  Het is altijd een “zoeken” geweest naar de juiste plaats van het opbouwwerk. Ook nu wordt de discussie weer gevoerd.

Tijdens de discussie wordt er van gedacht gewisseld over de juiste plaats van het opbouwwerk. Nu lijkt het er op dat het opbouwwerk is gekolonialiseerd door de overheid terwijl het vanouds bij het maatschappelijk middenveld hoort met een eigen verantwoordelijkheid. Hier werd ten ingebracht dat het wel om publieke middelen gaat.  Belangrijk voor het vervolg van het onderzoek is dat er juist omdat het over publieke gelden gaat moet worden verantwoord, duidelijk wordt steeds meer dat dit anders moet dan de huidige, vooral kwantitatieve wijze en dat de opdrachtstelling op een andere wijze moet plaatsvinden zodat de opbouwwerker meer vanuit de eigen professionaliteit kan opereren.

 

Terug naar het overzicht

Stel uw vraag

Wil je meer weten over Laak Vitaal? Of heb je een vraag of opmerking over ons project? Vul dan onderstaand contactformulier in.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.